Van turfschip tot rederij

1880

Vanuit Friesland vestigde in 1880 Einte Holwerda zich in Gasselternijveen en ging werken bij een turfschipper. Gasselternijveen ligt in een veengebied met de rivier Oostermoersche vaart. Hier werd al vanaf 1400 turf per schip vervoert; het begin van eeuwenlange activiteiten op scheepvaartgebied.

Ook Einte dacht daar een goede boterham te kunnen verdienen en bevoer sinds 1889 vanuit Gasselternijveen de kustwateren met zijn eigen zeetjalk ‘Vier Gebroeders’.

1900

Vanaf 1898 is de zoon van Einte Holwerda, Hendrik, schipper op de ‘Vier Gebroeders’. Een paar jaar later trouwt Hendrik met Roelfina Sloots. Zij komt uit een bekende schippersfamilie uit Gasselternijveen

1910

In 1913 laat Hendrik zijn eerste schip de ‘Roelfina I’  bouwen, dat vernoemd wordt naar zijn vrouw.

Deze tweemastzeillogger werd vlak voor de Eerste Wereldoorlog gebouwd in Stadskanaal en beschikte over een laadvermogen van 220 ton. Met dit schip werden reizen gemaakt naar onder andere Schotland en Noorwegen.

1920

In 1923 koopt Hendrik de ‘Roelfina II’. Hij was nu reder, want hij had belangen in de ‘Vier Gebroeders’, de ‘Roelfina I’ en de ‘Roelfina II’. De ‘Roelfina II’ was een zeillogger met 200 ton laadvermogen.

In de zeilvaart werd er weinig toekomst gezien en daarom werd de ‘Roelfina II’ in 1927 voorzien van een twee-cilinder Kromhout motor.

1930

In 1930 trok Hendrik zich terug en werd opgevolgd door zijn zonen Einte en Roelof. Roelof werd in 1932 eigenaar van de ‘Avanti’ (een voormalige zeilklipper). Deze werd verkocht waarna een nieuwe ‘Avanti’ werd gebouwd door de Bodewes werf in Hoogezand. Ondertussen liet Hendrik de coaster ‘Holland’ bouwen bij Sanders in Delfzijl, voorzien van een 135 pk Brons. Einte wordt de schipper van de ‘Holland’.

In 1939 werd Roelof ziek en met de dreiging van de oorlog, besloot hij om een functie te accepteren aan de wal bij de onderlinge verzekeringsmaatschappij ‘Friese Maatschappij’ en hij vestigde zich met zijn gezin in Heerenveen. Onderwijl bleef hij de belangen van de schepen van de familie behartigen.

1945

Na de Tweede Wereldoorlog was er van de Nederlandse kustvaart vloot niet veel meer over. Schepen waren gevorderd door de Duitsers of waren tot zinken gebracht. Toch ging men niet bij de pakken neer zitten. Geld werd bij elkaar gelegd en de ‘Wota’ werd aangekocht. Er werd voor de naam ‘Wota’ gekozen omdat dit staat voor ‘Wij Ondernemen Trots Alles’. Het woord ‘trots’ werd hierbij gebruikt in de betekenis van ‘ondanks’.

Terwijl de ‘Wota’ voor anker lag bij Denemarken werd zij aangevaren. De verzekering verklaarde het schip total loss.

1950

Van de uitkering van de ‘Wota’ werd de nieuwe ‘Wota’ gebouwd bij een werf in Haarlem.

Later werd ook een nieuwe ‘Holland’ gebouwd.

Roelof en zijn zonen Hendrik, Piet en Rudi, hielden zich bezig met het beheer van de schepen van de Holwerda familie en van derden. Daarnaast voerden zij bouwtoezicht van nieuwe schepen en bemiddelden zij bij  aan- en verkoop van schepen in de kustvaart.

1960

In de uitbreiding van de vloot werd de ‘Roelof Holwerda’ gebouwd  en later ook de ‘Gretina Holwerda’. Beide schepen hadden aan capaciteit van 500 ton.

Naast nieuwbouw werden er ook een aantal tweedehands schepen aangekocht ter grote van 800 tot 1400 ton.

Gestaagd groeide de vloot.

Met 500 tonners werd al wereldwijd gevaren, van Alaska tot Indonesië.

1970

De vloot word verder uitgebreid met een aantal nieuw gebouwde schepen van 1500 en 3000 ton bij de werf Barkmeyer Stroobos. De 3000 tonners waren voorzien van laadgerei en hadden ‘IJsklasse’, een bijzonderheid in die dagen.

Daarnaast werden nog diverse tweedehands schepen gekocht en verkocht van dezelfde grote.

1980

De rederij breidt zich verder uit en er worden een aantal schepen van 5000 ton gebouwd op de Barkmeyer Stroobos werf.

Door een slechte markt en een belangrijke charteraar die zijn verplichtingen niet na kwam, moesten er schepen verkocht worden.

Na een moeilijke periode midden 1980 werd Holwerda Shipmanagement voortgezet door de zonen van Hendrik Holwerda: Rolf, Haico en Peter.

Naast vervoeren van bulklading en stukgoed worden er voor het eerste containers vervoerd.

1990

Begin jaren 90 wordt er gekozen om het eerste schip speciaal gebouwd voor containervervoer aan te kopen.

De containervaart vraagt om kwalitatief goede schepen en dit sluit goed aan bij de cultuur van Holwerda.

Dat Holwerda aansluiting vindt bij deze markt blijkt uit de aanschaf van meerdere containerschepen.

2000

In het begin van het nieuwe decennium legt Holwerda zich verder toe op de container vaart. In de jaren 2000 worden de container feeder schepen ‘Elisabeth’ en ‘Frederika’ gebouwd bij de Duitse werf J.J. Sietas.

In 2003 wordt ook de ‘Tina’ gebouwd. In de jaren hierna worden nog een aantal tweedehands container schepen aangekocht.

Het laatste projectlading schip wordt verkocht en de vloot bestaat ondertussen uit 7 container schepen.

2010

De gevolgen van de economische hoogtijden en de daaropvolgende crisis hebben ook hun weerslag op de scheepvaart en op Holwerda Shipmanagement. Er volgen een aantal spannende jaren maar de familie Holwerda weet het hoofd boven water te houden en er worden zelfs een aantal tweedehands schepen aangekocht met de hulp van een aantal trouwe investeerders.

De drie zonen van Rolf Holwerda; Henk, Han en Wessel, komen voor het familiebedrijf werken. Dit is de 6de generatie van de Holwerda familie in de scheepvaart. De komende jaren wordt de nieuwe generatie ingewerkt.